De hotspots van Zambia
We hadden het niet gepland en gaandeweg de reis ook niet gedacht dat we er zouden komen, maar niets is zo veranderlijk als de mens en dus zijn we vanuit Malawi Zambia binnengereden. Vantevoren hebben we de benodigde reflectoren op de auto gemaakt en gezorgd dat we 2 brandblussers en 2 gevarendriehoeken hadden.
Vanuit Lilongwe rijden we naar de grens. Het eerste plaatsje in Zambia crossen we meteen voorbij, want we hopen voor het donker South Luanga National park nog te halen. Als we op de camping, Flat Dogs, aankomen krijgen we meteen allerlei waarschuwingen. Deze campsite ligt namelijk aan de Luanga rivier tegenover het park. Dit betekent dat er ook wilde dieren in het kamp worden gesignaleerd. Zo af en toe wordt er weleend een luipaard, leeuw of hyena gespot, maar bijna dagelijkse gasten zijn de olifanten en nijlpaarden. De laatste zijn degenen die toch nog steeds de meeste slachtoffers maken in Afrika! Slik! In het donker zetten we de tent op en horen we in de verte de oergeluiden van de jungle. Die nacht slapen we toch niet helemaal rustig. Elke keer worden we wakker van het gegrom van de nijlpaarden en we weten dat ze dichtbij ons zijn. Op de beurt zitten we rechtop om met de zaklamp uit de tent te schijnen. Spannend! Helaas (of gelukkig) blijft het bij horen en niet zien.
Voor de volgende dag hebben we een gamedrive geboekt. Omdat je na 18.00u niet meer alleen in het park mag zijn, gaan we met een georganiseerde safari. Op die manier hebben we meer kans om een luipaard te spotten, want we blijven van 16.00u tot 20.00u in het park. In een geheel open Toyota Landcruiser (toch de beste dus?!) mogen we, samen met een ander jong stel, plaatsnemen op de banken. Het is wel relaxed om een keer niet zelf te hoeven rijden en we genieten ervan. Maar wat blijkt, we zijn al een beetje verwend! De chauffeur/ranger stopt bij iedere boom, plant en zelfs bij een konijn. Ook bij de impala’s (zo’n beetje de meest voorkomende antilope) blijven we superlang staan en krijgen we een heel verhaal over de naam van het beest. Het andere stel is nog niet eerder op safari geweest en is erg opgewonden, terwijl wij zoiets hebben van; “Ja ja, kennen we al. Ga nou maar op zoek naar leeuwen en luipaarden!” Ondanks dat we tegen elkaar zeggen dat we rustig moeten blijven, voelen we allebei dat de klok ondertussen doortikt. Net als we het bijna zonde van ons geld gaan vinden, komen we bij een groep leeuwen uit. Wat gaaf! Er liggen drie leeuwinnen en een grote leeuw aan een zebra te kluiven. Het mannetje is groot en heeft een weelderige bos manen. Het mannetje die we eerder in Kenia zagen, was nog jong en zijn manen waren nog licht van kleur. Tegenover deze waren dat maar donshaartjes. Ja dit is wel even andere koek! We zijn superblij om dit gezien te mogen hebben. Verder zien we die avond nog zebra’s met kleintjes erbij, olifanten, giraffen, verschillende soorten vogels en veel antilopen.
Na de gamedrive gaan we eten en snel naar bedje toe, want de volgende morgen willen we vroeg in het park zijn. Om 5.15 gaat de wekker. We hebben weer enkele keren uit de tent gekeken of we geen wild zagen, maar het was erg donker en we konden ze dus alleen maar horen. We zorgen dat we om 6.00u voor de poort staan, zodat we meteen het park in kunnen. De avond ervoor hadden we onze GPS meegenomen en een waypoint gemaakt op de plaats waar de leeuwen zaten en daar rijden we dan ook meteen naartoe. Vlak voordat we er zijn, wijst Reg naar een krokodil die zich net in het water laat glijden. Natasja beweegt haar ogen er naartoe en meteen daarop roept Reg: “Daar staat de leeuw!” En ja hoor, daar staat de koning van de jungle recht voor ons op het pad. En wij zijn de enige die hem mogen aanschouwen. We maken foto’s van 20 meter afstand, rijden ietsje dichterbij en maken nog wat foto’s en uiteindelijk staan we op nog geen 4 meter afstand. Toch zijn we wel blij dat we nu met Kroesie zijn en tenminste ramen en een dak boven ons hoofd hebben. De leeuw laat zich vereeuwigen door onze camera in alle posities; eerst staand, dan liggend, dan lopend. Naar links kijkend, in de camera kijkend en naar rechts kijkend. Waow! Na een halfuurtje houden we het voor gezien en gaan we (alweer) op zoek naar een luipaard. We volgen een paar tracks en staan opeens voor een kleine modderpoel. “Kunnen we dat halen?” “Ja joh, dat moet lukken.” Niet dus! We komen kei vast te zitten in dikke, zuigende klei modder. Als we uit de auto willen stappen, zien we dat dat niet kan zonder met je tenen in de modder te wroeten. En echte Overlanders zoals we zijn, besluiten we om vanaf de treeplanken de zandladders onder de wielen te gooien. Wat een helden! Dit werkt natuurlijk van geen kanten en we moeten toch echt smerig worden. Reg gaat aan de slag met zandladders en schepje en Natasja probeert de auto te besturen. Er komt totaal geen beweging in… Dan besluiten we dat we het maar met de lier moeten proberen. Er is geen enkele andere wagen in de buurt, maar we zien verderop wel een boom. De spullen worden helemaal onderuit de auto gepakt en Reg legt de kabel om de boom. O zo simpel kan het zijn, we rijden langzaam de blub uit. Maar dan staan we op een soort van eilandje tussen twee modderpoelen in.
Er komt een safari-wagen naar ons toe gereden en de ranger roept vanaf de andere kant dat we hier niet verder kunnen. Ja, dat hebben we inmiddels zelf ook al wel gezien! Natasja vraagt aan de ranger even te wachten, zodat we kunnen omdraaien en terugrijden.
De kans is groot dat we dan op dezelfde plek weer vast komen te zitten. In dat geval kan de ranger ons eruit trekken met zijn wagen. Aan die andere kant staan namelijk geen bomen… Zo gezegd, zo gedaan en met een klein beetje hulp van de andere wagen, staan we weer ‘op het droge’. We bieden onze verontschuldigingen aan de toeristen aan, maar deze zeggen dat ze dit net zo leuk vinden als het spotten van wild. Gelukkig maar…
Als we wegrijden, zien we een krokodil in het water zwemmen, dicht bij de plek waar we vast hebben gezeten. Reg zegt doodleuk dat ie wel wist dat daar krokodillen zaten. Whaah! En daar hebben we net precies langsop gelopen! Maarja, wat moesten we anders?
Onze zoektocht naar luipaarden wordt weer voortgezet. We zien van alles, maar uiteindelijk geen luipaard jammer genoeg. Een grote zwerm gieren rukt een karkas uit elkaar. En we komen nog een keer vast te zitten in het losse, mulle zand van een droge rivierbedding, maar met dit bijltje hebben we eerder gehakt en hoppa, zandplaten eronder en we rijden weer weg. (Nou ja, zo gemakkelijk ging het ook weer niet, maar anders wordt het zo’n lang verhaal.)
Om 11.00u rijden we het park uit. Op hetzelfde moment besluiten we die dag nog door te rijden richting Lusaka, de hoofdstad. We eten snel wat geroosterde boterhammen met zelfgemaakte eiersalade (jammie!) en beginnen aan de tocht van 570 km. Op tweederde van de afstand ligt een campsite, maar als de zon ondergaat, zijn we daar nog niet. Misschien maar weer eens bushcampen dan?
Bushcamp
We rijden naar een paar hutjes toe en vragen aan de locals of we daar mogen kamperen. Ongeveer het hele dorp loopt uit en het dorpshoofd moet erbij worden gehaald. Hij vindt het gelukkig goed en wijst ons een plaatsje aan waar we de nacht door kunnen brengen.Als het hoofd een teken geeft, lopen alle nieuwsgierige pottenkijkers weg. Dat is wel zo relaxed. Er blijven wel wat kindertjes rond onze auto hangen en ze kijken toe hoe we koken. Na het eten, kruipen we lekker ons tentje in. Het was een lange dag…
’s Morgens worden we al vroeg wakker. We bedanken het dorpshoofd via anderen, want de man in kwestie is naar een begravenis. Om 7.00u zitten we al in de auto. Tegen 13.00u komen we aan in de hoofdstad. Het contrast kan bijna niet groter; we zien grote winkelcentra en vooral ook weer veel dikke mensen. Terwijl in de bush de mensen overwegend dun zijn. Wij doen ons meteen tegoed aan een broodje Subway en ook al is het niet hetzelfde als in Nederland, toch is het lekker. Nadat we de supermarkt hebben bezocht, gaan we naar de camping om te ontspannen.
De volgende dag kletsen we eerst met twee Duitsers die dezelfde trip in omgekeerde richting doen, daarna gaan we zwemmen en dan lekker lunchen in het centrum. Vervolgens rijden we naar Livingstone. Dat zullen we vandaag niet redden, maar we proberen zover mogelijk te komen. In Livingstone zijn de Victoria Falls (watervallen) die de grootste van de wereld zijn. Die willen we natuurlijk wel met eigen ogen bekijken.
Als we bij de Backpacker aankomen waar we kunnen kamperen, zien we dat er ook een mogelijkheid is om te gaan vissen. Na ons mislukte tripje op Lake Malawi willen we het nog een kansje geven. ’s Ochtends om 6.45 worden we opgehaald en rijden we naar de Zambezi River. Aan de overkant van het water ligt Zimbabwe. Op de plaats waar we gaan vissen is de rivier maar zo’n 500 meter breed, terwijl hij op andere plekken wel 3 km breed kan zijn. Het water staat hoog, omdat het net regenseizoen is geweest. Wij hebben trouwens nog geen druppel regen gezien sinds we in Zambia zijn. Het regenseizoen hebben we dus mooi omzeild!
Reg ziet het meteen; prima hengels van een goed merk. Blijkbaar gaan we met werphengels vissen. Iets wat Reg erg leuk vindt. Beter dan dat gepruts met die lokale vistuigjes in Malawi. Op de bot zijn nog een Engelse vader en zijn zoon en de instructeur. Natasja hoopt uit alle macht dat Reg de meeste of grootste vissen vangt. Zelf heeft ze zonnebrand en een leesboek meegenomen… Maar wat blijkt; ze vindt het ook leuk en houdt het tot het einde toe vol om het haakje met aas in het water te gooien (wat ze best goed doet trouwens) en de lijn weer op te halen. Binnen een uurtje wordt de eerste vis gevangen en wel door Reg! Het is een behoorlijk grote tigerfish en de instructeur weegt hem: 3 pond. Waow! Iedereen krijgt er een kick door. Het beest ziet er gemeen uit met zijn vlijmscherpe tandjes. Een tijdje later vangt het Engelse joch ook een tigerfish, maar deze is veel kleiner en maakt minder indruk. En dan gebeurt het; Reg heeft beet. Het is een grote. Hij ontglipt…nee, toch niet! Hij zit eraan! Iedereen zijn lijn ophalen. Het moet een grote zijn! Wat is dit? Wow, wat vecht dit beest. Zijn hengel verdwijnt vrijwel geheel onder water. Reg houdt vol. En dan eindelijk zien we een stukje van het beest. Wat een kop! Het blijkt een Catfish te zijn. Hij weegt 13 pond!!! (Het record ligt hier op 15 pond) Waow, wat een vis. Reg zijn dag kan niet meer stuk. De omgeving is magisch en we worden zelfs nog een keer opgeschrikt door een nijlpaard die blijkbaar vindt dat we wel erg dicht bij hem in de buurt komen. We zien langs de waterkant ook nog wat krokodillen. Ja, daar zit je dan in een bootje op de Zambezi die vol zit met hippo’s en crocs, met een grote catfish in je handen. Geweldig!
En dan is het eindelijk tijd voor de watervallen. Dit doen we op een speciale manier. Het kost ons een klein vermogen, maar af en toe moet je eens gek doen dus kiezen we ervoor om in een microlight (een klein vliegtuigje waar je als het ware onder hangt) over de watervallen te gaan vliegen. Om 6.45 worden we opgehaald en gaan we op weg naar de microlights. Na wat instructies hijsen we ons in een pak en nemen we plaats achter de piloot. Natas gaat als eerste de lucht in en Reg gaat er enige minuten later achteraan. WAUW!!! Da’s pas gaaf. Het vliegen op zich is al even indrukwekkend als de watervallen. Na een veilige landing worden we weer teruggebracht naar de backpackers. Dit was echt super.
‘s Middags gaan we met Kroesie op weg naar de watervallen. Nu willen we ze natuurlijk ook vanaf de grond zien: het is inderdaad zeer indrukwekkend. Het is net na het regenseizoen dus de watervallen zijn nu maximaal: 9.000.000 liter per seconden! Door het opspattend water zijn we in mum van tijd drijfnat, zo beleven we het dus maximaal. We lopen ook nog even naar de grens met Zimbabwe waar we snel even voet zetten op Zimbabwaanse grondgebied.
Zambia is een mooi land met een paar mega attracties en die hebben we dan ook bezocht. De mensen zijn erg vriendelijk en gastvrij. Omdat wij hier net na het regenseizoen zijn, is het overal erg groen en dat is een mooi gezicht. Zambia is net als Malawi dus een echte aanrader!