Stofhappen in Soedan
Hier zijn we dan; in Soedan! Om er te komen moesten we verschillende hindernissen nemen. De enige grensovergang tussen Egypte en Soedan is namelijk om met een ferry over de Nijl en Lake Nasser te varen. We zijn nog steeds samen met Chris en Janet, hebben ook het Engelse koppel Troy en Michelle ontmoet en er gingen ook nog 2 Slovenen in de richting van Soedan. In Aswan moesten we Kroesie al op zondag in alle haast op de pont plaatsen. Eenmaal in de haven bleek er helemaal niemand haast te hebben en moesten we nog uren wachten voordat we het dek op mochten rijden. Vantevoren doorliepen we de grensformaliteiten en wilde de politie ook even in onze auto speuren. Helaas ontdekte deze ons geheime vakje en toen stonden we opeens oog in oog met onze verdedigingsapparaatjes. Oeps! De man zei ‘Problem, big problem’. Reg loste het gelukkig heel professioneel op en gaf de juiste uitleg, waardoor de douane-beambte alleen de batterij meenam en zei dat hij het niet had gezien. Over ‘door het oog van de naald kruipen’ gesproken… Daarna kregen we hier en daar nog wat stempeltjes in paspoort en Carnet en kon het wachten beginnen. De extra boot voor de auto’s werd eerst volgegooid met zakken cement en toen konden we erop rijden. Voor alle zekerheid maakte Reg de auto extra stevig vast met spanbanden en lier, want het zag er niet al te veilig uit voor onze Kroesie. En we wilden hem niet een paar dagen later opvissen uit Lake Nasser. De sjouwmannen zorgden er vervolgens voor dat ook alle lege gaatjes nog werden opgevuld met van alles en nog wat. Zelf gingen we achterin een laadbak van een jeep met zijn allen terug naar het centrum op zoek naar een hotelletje.
De dag erna mochten we zelf op de passagiersboot. We moesten er om uiterlijk 10.00u zijn, terwijl de boot pas tegen 17.00 of 18.00 zou vertrekken. Wat dat voor een zin had, kon helaas niemand ons vertellen dus deden we het maar braaf. Gelukkig hadden we allemaal een first class cabin kunnen bemachtigen zodat we niet tussen de dozen, kakkerlakken, blote voeten en fluimen op het dek hoefden te slapen. Een hok van 6 m2 met een stapelbedje erin, wordt eersteklas genoemd… Chris en Janet waren jaloers op ons omdat wij een stoel (!) hadden. Wij waren weer jaloers op hen, omdat zij hun deur dicht konden doen, er zat een heuse klink aan. Gelukkig deed de stoel wonderen door hem voor de deur te schuiven. De WC’s waren te erg voor woorden. Het was er nat en het stonk en als je je in een van de hokjes begaf, kon je je kont niet keren zonder de afgrijselijke wanden te raken. Chris, Janet, Troy, Michelle en wij vonden al snel oplossingen voor dit probleem. De een sneed het bovenste deel van een plastic fles af en urineerde daarin in de cabine om het vervolgens via het raampje in het meer te deponeren. De ander haalde de plastic zakken van de reddingsvesten af om daarin zijn/haar behoefte te doen. Ook dit ging dan direct overboord. In navolging van de anderen deden wij hier vrolijk aan mee. Op de rest van de boot was het een grote chaos; overal stonden cementzakken, dozen koekjes, 5-pits gasfornuizen, bedden, tv’s, vriezers, wasmachines etc. Werkelijk alles! En daar tussenin lagen mensen.
Wij gaan maar eens naar de cafetaria om te eten. De biertjes die we zelf meenemen worden afgekeurd en de rest gooien we overboord, omdat we bij binnenkomst in Soedan geen problemen willen hebben. Vervolgens kruipen we in onze stapelbedjes en slapen heerlijk. ’s Ochtends klopt Janet op onze deur rond 7.00u omdat we bijna langs Abu Simbel varen, een grote tempel in het zuiden van Egypte. Het ziet er prachtig uit en we maken een paar foto’s. Toch zijn we blij dat we er niet 6 uur voor in konvooi heen en terug zijn gereden.
We regelen nog wat papierwerk op de boot; geven nog een pasfoto af (de Soedanezen hebben er inmiddels 3 van ieder van ons!), geven de Carnet, vullen een paar formuliertjes in en krijgen ieder nog persoonlijk een interview met de beambte. Hierin wordt gevraagd waarom we naar Soedan willen, Soedan staat immers toch slecht bekend in Europa?? “Ja, maar wij willen juist met eigen ogen zien hoe het is om weer goede verhalen mee te nemen naar Nederland!” (Dit willen ze maar al te graag horen.) We vertellen dat we heel toevallig alle 8 naar het Hilton Hotel in Khartoum gaan. Tja, zij willen zo graag een adres! Uiteindelijk gaan we onze spullen pakken en dan zijn we er.
Bij aankomst in Wadi Halfa zien we meteen de verschillen. Nu zijn we echt in Afrika. We lopen zo van de boot af Donker Afrika 
binnen. Tunesie, Libie en Egypte zijn Arabische landen op het continent Afrika. Soedan is Afrika! De huid van de mensen is diep chocoladebruin, tegen het zwarte aan. Je ziet overal stralend witte tanden en ze hebben mooie witte kleden aan. We gaan met een taxi naar het dorpje. Wadi Halfa is stoffig en niet geasfalteerd. We zien overal ezeltjes en kleine shopjes met cake, koekjes en drank. We kiezen voor het enige hotel in het dorp dat een betonnen vloer heeft, het Deffintoad Hotel. Het geheel lijkt een beetje op een gevangenis. De stalen deuren en de vierkante betonnen hokjes vergroten dat gevoel. Wij hebben het geluk dat onze kamer geen ramen heeft en een gat in het dak… Er staan 3 bedden en we schuiven er 2 tegen elkaar aan om het derde te gebruiken om onze spullen op de droppen. De matrassen zijn superdun en hard en het geheel ruikt niet zo fris. We zijn dan ook erg blij met onze slaapzakken. De anderen slapen die nacht op een handdoek of sjaal. De WC’s bezichtigen we alleen kort bij binnenkomst en kokhalzend komen we naar buiten. Voor de rest van de tijd gaan we over op onze provisorische toiletten. Lang geen gek idee!
De volgende dag komen onze auto’s aan in de haven. Rond 14.00u gaan we eens kijken en mogen we niet eens de pier op, er wordt gezegd dat we 5 minuten moeten wachten. 4 uur later gaan we terug en lopen we arrogant de haven binnen alsof we precies weten waar we naartoe moeten. Tot onze verbazing zien we dat er helemaal NIKS is gebeurd! Hmm, nu moeten we toch even opspelen, want de dag erna zou een feestdag zijn. Met moeite komen ze van hun luie gat af en gaan ze toch aan het werk. De boot moet steeds verlegd worden zodat de auto’s eraf kunnen rijden. Met pallets en cementzakken maken ze een verhoging waardoor het mogelijk wordt om van de boot af te kunnen, want er is een hoogteverschil van een dikke meter die binnen een halve meter overbrugd moet worden. Nadat er drie wagens vanaf waren, weigerden ze de vierde eraf te halen, omdat dat volgens hun onmogelijk was. Wel bleven ze om baksheesh (fooi) vragen. Ze chanteerden ons; betalen of anders kwam de vierde auto er niet af. We hadden al een vermogen gespendeerd aan deze hele ferry-toestand dus we weigerden nog maar iets te betalen en al helemaal niet als ze ons gingen chanteren. De kapitein schreeuwde naar ons. De man die ons papierwerk regelde, belde iemand anders en deze kwam strak in het pak opdraven en was ontzettend boos op de werklui. Hij riep boos naar ons dat we geen baksheesh mochten geven. Alsof wij dat überhaupt wilden!? De auto die nog op de boot stond was die van Janet en zij zette opeens een waar toneelspel op. Ze deed alsof ze heel verdrietig was en bijna moest huilen. De man in pak had medelijden en binnen een paar minuten was de auto van de boot af. Jemig, wat een gedoe! De man in pak wilde graag dat we een brief schreven met de klacht en daarbij werden onze paspoortnummers genoteerd. Grote kans dus dat de slechteriken het nog eens goed te horen krijgen!
We rijden diezelfde avond in het donker met 4 wagens het dorp uit. Zo snel mogelijk weg. We gaan wild kamperen in de woestijn. Heerlijk in ons eigen bedje!
Panne
De volgende dag gaan we in konvooi richting Dongola. De wegen zijn slechter dan slecht. Er is geen asfalt, alleen maar stenen, zand en washboards. Dit is een van de slechtste pistes van Afrika. Het is ontzettend stoffig en soms moeten we bijna stil gaan staan, omdat we geen hand meer voor ogen zien. We komen wel langs veel mooie Nubische dorpjes en zien nu en dan de Nijl weer aan onze rechterkant opdoemen. Soms blauw, soms bruin van kleur. De Nubische huizen hebben schitterende toegangspoorten die we vastleggen op foto’s. Ook zien we veel mooie kindjes en delen we knuffelbeertjes en pennen uit. De kinderen zijn de koning te rijk. Alle andere mensen die we zien zwaaien en lachen vriendelijk.
De auto’s hebben het zwaar op deze track. De route is genadeloos. Wij rijden als vierde in het konvooi en staan via walkietalkie in contact met Troy en Michelle die voorop rijden. Uit het niets, zien we opeens links van ons een wiel ons inhalen. Het volgende moment horen we KNAL en krrrrrrrtsjjjjjj….. Nee hè!? Dat is ons wiel! Natasja drukt snel de walkietalkie in, maar het mag niet meer baten, ze zijn al buiten bereik. Het is zo’n 15.00u. We stappen uit om de schade op te nemen. Shit! Het linker achterwiel is eraf gelopen en heeft ook het plaatwerk flink beschadigd. Tevens ligt het spatbord aan diggelen. We horen iets sissen en als we omkijken zien we de band verderop in de berm liggen. Welja, geweldig! We staan in the middle of nowhere in de woestijn op een track waar we niet vanaf kunnen, want er liggen links en rechts venijnig scherpe stenen. We staan ook nog eens in een dalletje dus we moeten uitkijken dat er geen auto’s over het heuveltje scheuren en prompt op ons knallen. Reg stelt vast dat de 6 megagrote bouten waaraan het wiel is opgehangen domweg zijn afgebroken. We lopen een stukje terug en vinden om de paar meter een afgebroken bout terug. Vervolgens gaan we aan de slag om de auto op de krikken, zodat niet meer het volle gewicht op de schokbreker en bladveer hangt. Ondertussen hopen we dat de anderen ons zullen missen en ons gaan zoeken. Het wordt later en later en kouder en kouder. Natasja wil even een jas uit de auto pakken en ondanks dat ze het voorzichtig doet, knalt de auto van de high jack krik af. Kunnen we weer opnieuw beginnen…. Het begint te schemeren en we leggen op de heuveltjes voor en achter onze auto stenen op de weg zodat naderende auto’s vaart zullen minderen. Ook maken we van plastic flessen kaarskandelaars met waxinelichtjes die we erbij zetten om extra op te vallen. Avontuur ten top zullen we maar zeggen…
Na zo’n 3,5 uur zien we een witte Landrover aankomen. Ja!!! Het zijn Troy en Michelle. Natasja is zo blij, dat de tranen in haar ogen springen. In de afgelopen uren zijn er wel 4 of 5 auto’s voorbij gekomen en allen zijn ze gestopt. De Soedanezen vragen wat er is, kijken naar het wiel en helpen waar ze kunnen. We hebben zelf al een paar keer geprobeerd de afgebroken bouten die er nog in zitten eruit te peuteren, maar zonder succes. Een van de donkere mannen lukt het uiteindelijk wel. Niemand vraagt om geld, baksheesh of wat dan ook. We leren de Soedanezen snel kennen en de verhalen die we hebben gehoord over hun vriendelijkheid blijken echt waar te zijn. We ondervinden het aan den lijve!
Troy weet veel van auto’s, maar kan ons ook meteen vertellen dat we hier niet wegkomen als we geen nieuwe bouten hebben. We besluiten de auto op een driepootstandaard te zetten en voegen daar nog eens 2 krikken bij zodat hij echt stevig en stabiel staat. Later op de avond komt er weer een wagen voorbij die stopt. Een man die goed Duits kan praten, vertelt dat hij priester is. Hij zal proberen vanavond nog een mechanic te sturen met de benodigde bouten. We geven hem ook een briefje mee voor de andere vier die niet weten wat er aan de hand is. Midden op de weg koken we ons potje en maken we een ‘bush’camp. Er komt geen mechanic… We twijfelen aan de priester. We slapen met zijn tweeën op 1 matrasje met onze kleren en jassen aan. We kunnen immers niet bij de slaapzakken, want die liggen in de tent. Telkens als Natasja zich omdraait midden in de nacht, helpt Reg haar herinneren zo min mogelijk te bewegen. De volgende morgen gaan Troy en Michelle naar het volgende dorpje dat slechts op 36 km afstand ligt, maar waar je wel 1,5 uur op rijdt. Zij zullen daar de onderdelen halen, de anderen informeren en weer terugkomen. Ze vertrekken om 9.30 en we gaan er vanuit dat ze tegen 13.30 terug zullen zijn. Natasja leest een boek en Reg maakt uit verveling een windwijzer, omdat het vreselijk hard waait.
Rond 15.00u zijn ze nog niet terug en we verwachten ze niet meer. Tegen 18.00 wordt het donker en ze willen vast niet nog een keer midden op de weg overnachten. Zal er iets gebeurd zijn? Zullen ze de onderdelen niet kunnen vinden? Tegen 15.30 stopt de zoveelste auto en wij proberen voor de zoveelste keer duidelijk te maken dat we geen hulp nodig hebben, omdat er hulp onderweg is. Ze houden vol en stappen toch uit hun auto. Na een paar minuten komt er eentje met een briefje op de proppen; het is de brief die wij mee hebben gegeven aan de priester! Dit blijkt de mechanic te zijn, zo schrijft de priester en hij heeft de nieuwe bouten meegegeven in verschillende maten. Ook vraagt hij of we de onderdelen die we niet nodig hebben, terug willen brengen als we in Abri, het volgende dorpje, zijn. Jippie! Het reserve-wiel wordt erop gelegd en de mannen vertrekken weer. Wij ruimen de auto in en ondertussen stopt er een auto met 2 Fransen met een briefje van de anderen. Dat dit echt werkt?! De postduif is er niks bij! Ze schrijven dat de mechanic onderweg is en dat ze op ons zullen wachten vlak buiten Abri. Als we er de volgende dag nog niet zijn, gaan ze ons weer zoeken. Vet onderstreept staat er ook nog: We will not leave you!!! Opnieuw natte oogjes bij Natasja… Rond 18.00u rijden we weg. Om 20.30 hebben we eindelijk de 36 km afgelegd en zijn we in de buurt van Abri. We hopen de anderen te vinden. En ja hoor, daar staan ze al te zwaaien en wij knipperen eindeloos met onze lichten. Wat zijn we blij om elkaar weer te zien. Chris en Janet hadden zich zorgen gemaakt. Zij hebben een kapotte schokbreker links voor waardoor ze niet terug konden en maar met 10 km/uur kunnen rijden. Bij de Slovenen heeft de Turbo het begeven. Ja, het is echt een héééél slechte piste!
In een van de volgende dorpjes ziet Troy opeens water onder zijn auto uit druppelen. Door de vele trillingen, is er een gat ontstaan in een slang van de radiator. Zeer belangrijk voor de koeling van de motor. Gelukkig heeft hij zelf een reserve bij zich en kan hij het klusje zelf terplekke klaren.
De dag erna rijden we Abri binnen om water en brood in te slaan. Reg en ik zoeken de man die ons zo ontzettend heeft geholpen om hem te bedanken en te betalen. Hij wil er niets van weten! We mogen niks betalen en krijgen zelfs nog water en cola van hem. Het liefst wilt hij ons ook nog van een ontbijt voorzien, maar dat willen we echt niet. Zo aardig!! Hij vertelt Chris dat hij een Nubier is en dat volgens de Nubische tradities hij er altijd voor moet zorgen dat wanneer een blanke in zijn dorp komt, deze volledig wordt geholpen en zonder een cent te betalen het dorp weer verlaat. Wij vertellen hem over onze tradities, maar hij wil er niets van weten. We voelen ons nogal bezwaard, maar zijn hem erg dankbaar. Zijn zoontje hebben we gelukkig wel wat cadeaus kunnen geven.
Dongola
Dezelfde dag nog rijden we door richting Dongola. We zetten ’s avonds een bushcamp op langs de Nijl en de volgende dag bereiken we Dongola eindelijk. We bezoeken de markt. Het fruit ziet er mooi uit en de kleuren zijn scherp.

We maken nog een lolletje met de plaatselijke slager die een of ander beest midden op de markt heeft hangen, gevild en wel. Het is mooi om te zien hoe de mensen leven. Op de middag komen we aan in Karima. We willen allemaal supergraag douchen, want daar hebben we al 8 dagen geen mogelijkheid meer toe gehad en we zijn stoffig en vies. Bij een Italiaans resort vragen we of het mogelijk is om alleen maar te douchen, maar de vrouw is totaal niet behulpzaam. Een van haar medewerkers weet wel iets anders en neemt ons mee naar een of ander guesthouse waar we wel mogen douchen. Helaas vraagt de vrouw hier 10 USD per persoon voor. Ja daag!
Dan zijn we nog wel een extra nachtje vies! We eten op het pleintje bij een kraampje voor 3 Sudaneze Ponden (1,20 euro) per persoon. We krijgen er een soort curry voor met schapenvlees en aardappel. En ook falafel is van de partij. Jammie!
We rijden vervolgens richting de piramides en gaan daar wildkamperen. Een prachtig uitzicht! ’s Ochtends vertrekken we naar Atbara. De Slovenen haken af om hun eigen plan te trekken. Onderweg gaan we langs het dorpje El Kurru waar nog wat tombes staan en we bezoeken het versteende bos. Mooi om te zien.
Om in Atbara te komen, moeten we de Nijl over en dat kan met een pontje. De auto’s worden erop gepropt en vervolgens moeten er ook nog ezeltjes, karretjes en heel veel mensen bij. Altijd weer mooi hoe ze dat voor elkaar krijgen. In Atbara vinden we eindelijk een hotel met warme douche en ondanks de prijs (70 Pond voor 2 pers.=28 euro) doen we het toch. Chris en Janet hebben inmiddels meer problemen met hun 4x4 busje. Er komt steeds zwarte en blauwe rook uit de uitlaat, hij start niet meer goed en drinkt olie en water alsof het een lieve lust is. Zij besluiten om de auto te laten repareren in Atbara en samen met Troy en Michelle gaan we via een geasfalteerde weg naar Khartoum. Onderweg komen we langs de piramides van Meroe, het Royal cemetery. Reg wil het graag van dichtbij zien, maar we hebben er geen 10 USD pp voor over. Natasja zegt dat ze klein is en dus niet hoeft te betalen. We maken er een lolletje van. Tas springt op Reg zijn rug en we huppen in het rond en zeggen dat we samen 1 zijn. De mannen lachen zich suf en uiteindelijk hoeven we maar voor 1 persoon te betalen. De piramides zijn allemaal
flink beschadigd omdat een of andere sukkel vorige eeuw dacht dat hij goud kon vinden in de piramides en ze doorvoor allemaal afbrak. In de eerste vond hij werkelijk goud, in alle andere daarna niet. Ontzettend zonde, maar helaas… De piramides zijn toch mooi en vooral hun ligging, tussen de zandduinen in de woestijn geeft ze iets bijzonders. Ook zijn er nog wat hiëroglyfen zichtbaar. Het is ook erg leuk dat we het rijk alleen hebben. Kortom: We zijn blij dat we naar binnen zijn gegaan.
Bij de ingang staan een paar mannen met hun kameel en ze vragen of we erop willen rijden voor een paar pond. We doen het niet. Een paar anderen wijzen ons op de markt. We kijken om ons heen; ‘waar dan?’ Snel halen ze hun spulletjes tevoorschijn en leggen ze op tafeltjes. We kunnen er goed om lachen. Ze zijn niet vervelend en opdringerig zoals in Egypte. We kopen wat, geven pennen weg en rijden door naar de tempels van Naqa.
De route er naartoe, een track, is erg mooi. We rijden door de woestijn, maar er zijn wel wat boompjes en er groeit een soort onkruid. We zien veel geiten, kamelen en koeien en passeren ook een enkele keer een waterput. Er staan nomaden met ezels omheen om het water boven te krijgen in een zak gemaakt van geitenhuid. Interessant om te zien en vreemd om je in te beelden dat hun leven hier afhangt van deze vorm van watervoorziening. De tempels zelf stellen niet erg veel voor, maar als je het verhaal erachter kent (lezen in de Bradt) dan gaat het toch wat meer leven. Reg is wel onder de indruk.
We kamperen ergens halverwege nog een keer. Er komen een paar nomaden zomaar uit het niets bij ons kampement staan en ze zeggen niets en staren alleen maar. De volgende dag rijden we naar Khartoum, de hoofdstad. We willen hier de auto goed laten repareren en meteen een grote beurt geven. Verder wachten we op Chris en Janet, eten we weer eens vlees, internetten we en maken we de auto schoon.
Het is wel een vreemd idee dat er in dit land oorlog is. Wij merken hier helemaal niets van. Darfur ligt dan ook nog wel zo’n 500km naar het zuiden…
Reg komt er net precies achter dat er een schroef dwars door de velg is geslagen van het wiel dat ons had ingehaald! We moeten dus ook een nieuwe velg kopen en hopen dat de band zelf gespaard is gebleven. Ondanks de pech die we hebben gehad, vinden we het toch gaaf dat we het mee hebben kunnen maken; het door elkaar geschud worden en het zandhappen. Binnen een jaar zullen alle wegen hier geasfalteerd zijn en kun je niet meer genieten van deze ouderwetse manier van reizen.
Al met al vinden wij Soedan een mooi land. We hebben genoten van de uitzichten en de natuur. Het offroaden vonden we erg gaaf en leuk. De mensen zijn vriendelijk, behulpzaam en goedlachs. Wildkamperen kan hier prima. We hebben op hele leuke plekjes gestaan onder geweldige sterrenhemels. Welcome to Africa!
Khartoum
In Khartoum hebben we vooral onze dagen besteed aan het bezoeken van de garage. Nadat we onze auto wegbrachten om de achterrem en het wiel te laten repareren, werden we gebeld of we zelf even op onderdelen uit konden gaan. Ja hé, zo werkt dat toch niet? Maar wel dus! Dus gaan we naar de garage waar we een lijstje krijgen met nummers en namen van onderdelen. Net op het moment dat we naar buiten lopen, kijkt de man ons serieus aan en vraagt: Hoe gaan jullie eigenlijk communiceren? Hallo, dat hebben we ook al een paar aan jullie gevraagd! Natasja maakt nog maar eens duidelijk dat we echt geen Arabisch spreken en dat we de omgeving niet kennen. Uiteindelijk gaat er een mannetje met ons mee. Jippie! We rijden door allemaal straatjes en binnen de kortste keren zijn we ons richtingsgevoel volledig kwijt. Al is dat bij ons niet zo moeilijk… We komen bij een winkeltje waar ‘genuine Toyota parts’ op staat. Maar er zijn zovele van die winkeltjes in dezelfde straat. Na een paar uur wachten, colaatjes drinken en nog meer wachten, verteld onze ‘gids’ ons dat de garage inmiddels dicht is. Hmmm fijn… We mogen de onderdelen meenemen naar de camping en ’s ochtends weer opdagen bij de garage. Gelukkig hebben Troy en Michelle ons uitgenodigd om in hun extra tent te slapen. De dag erna verloopt ongeveer hetzelfde; naar de garage, de straat op voor onderdelen en weer naar de garage. Het gaat allemaal verkeerd. We krijgen de verkeerde remtrommel mee en ondanks dat we beweren dat het de verkeerde is, blijft de Soedanees volhouden dat hij goed is. Opnieuw bij de garage, ziet de mechanic het meteen: dat is niet de juiste! Hij is verbaasd, wij niet… Uiteindelijk hebben we alle juiste onderdelen bij elkaar gescharreld en is onze portemonnee een stuk minder zwaar. We voelen ons behoorlijk opgelicht en we zien zelfs een prijskaartje aan een trommel zitten waar wij 2x zoveel voor hebben betaald de dag ervoor. Afdingen werkt niet en als we zeggen geen geld te hebben, mogen we ook later betalen. In de garage weten ze wel van wanten. De hoofd-mechanic is op onze wagen afgestuurd en doet zijn werk goed. We leren de grote Engelse baas kennen en vragen of hij nog een potje heeft voor sponsoring. Jammer genoeg werkt dit niet, maar we krijgen wel 20% korting op de rekening. Dezelfde avond rijden we na sluitingstijd met onze Kroesie de garage uit. We hebben zelfs 3 maanden garantie! Al zijn we niet zeker of we bij brokken terug zullen rijden naar Khartoum.
Met de Britten gaan we op vrijdagavond naar de Whirling Derwishes. Dit is een vreemde bedoening. Heel veel mensen komen bij elkaar op een kerkhof en maken een grote kring. In het midden van de kring gaan mensen ‘dansen’ oftewel ronddraaien. In het begin voelen we ons erg raar, omdat we op een kerkhof tussen de graven lopen. Er zitten zelfs vrouwen met hun kraampjes met thee, een soort oliebollen (die terplekke gebakken worden) en fruit! Als het dansen begint, valt het ons op dat er allemaal gehandicapten mensen in het midden van de kring aan het ‘ronddraaien’ zijn. Sommigen hebben geen armen, anderen geen benen, een volgende is blind. De muziek is opzwepend en het hele idee van deze manier van dansen is dat men in trance raakt. Er komen verschillende sekten samen en ondanks dat ze andere gewoonten hebben, zingen ze dezelfde liederen om te verbroederen. Dus ondanks dat ze allemaal verschillend zijn, laten ze zo zien dat ze toch allemaal hetzelfde zijn. Troy en Michelle blijven vooral bij hun auto en als wij terugkomen zien we dat ze zijn omgeven door Soedanezen. De mensen staan aan hun auto gekluisterd met open monden. Iedereen wil graag met ons praten om hun Engels te verbeteren. We hebben leuke gesprekken en worden ondertussen de hoofdattractie. Als we eindelijk de mogelijkheid zien om de auto van het kerkhof te bevrijden, want we zijn helemaal vastgezet, gaan we terug naar de camping.
We zijn nog een paar dagen in Khartoum en regelen nog wat dingetjes. We bezoeken de markt in Omdurman en we zijn verbaasd dat niemand ons iets probeert aan te smeren en ook niemand achter ons aanloopt. We kunnen ‘vrij’ rondlopen! Het belangrijkste is om een gasfles met brander te vinden, want onze Butagasflessen raken op. En ja hoor, we vinden er een! Voor een eerlijke prijs ook nog. Ook vinden we nog wat autogereedschap en een muskietennet waar we al vaker naar hebben gezocht. De volgende opdracht is; een velg vinden. De andere was door een schroef doorboord toen het wiel eraf vloog in het noorden van Soedan. (zie Stofhappen in Soedan) Omdat Ethiopië weer een beproeving wordt voor de auto, willen we echt wel twee reservewielen hebben! Ook hierin slagen we. En heel goed ook, want het lukt om de in Egypte verkeerd gemonteerde onderdelen die uit de auto komen, te verkopen. Het is dus een zeer vruchtbaar dagje!
’s Avonds op de camping ontmoeten we nog een ander Nederlands stel en een Belgisch koppel. We delen ervaringen en wisselen waypoints uit. De volgende ochtend vertrekken we, weer samen met Chris, Janet, Troy en Michelle, richting Ethiopië. Maar niet voordat we hen hebben getrakteerd op een uitgebreid ontbijt als bedankje voor alle hulp toen we in de nesten zaten. Voordat we de grens oversteken, bushcampen we nog een keer vlak voor Gedaref en een keer voor Qallabat, de grensovergang. De eerste avond worden we lastiggevallen door een zwerm springhanen, maar de tweede avond zien we de meest mooie vogels en kijken we ’s avonds onder de sterrenhemel met zijn zessen een film op de laptop. Bestaat er een groter contrast; film kijken in de bush-bush van Soedan? Een mooie ervaring… Onderweg naar de grens spotten we nog een paar baboons en dan komt er een eind aan ons Soedaneze avontuur. We hebben genoten en zijn klaar voor de geheimen van Ethiopië!
note: Het stof van Soedan eist z'n tol... een geheugenkaartje van ons fototoestel begeeft het. Honderden foto's zijn verloren gegaan.