Egypte

Het was een peuleschilletje om Libie uit te komen. Mabrouk regelde binnen een half uurtje alles voor ons. Om Egypte binnen te komen, hadden we een stappenplan gekregen van andere Overlanders. Deze kwam erg goed van pas en we hadden het echt niet zonder kunnen doen. We moesten van het ene naar het andere gebouw lopen en weer terug om alle stempeltjes en papieren te verzamelen. Ondertussen verzamelden zij ons geld. We begonnen met de paspoortcontrole en bij binnenkomst stonden er twee hele lange rijen. Er kwam meteen een beambte naar ons toe die zei dat we mee moesten komen en ons vervolgens vooraan in de rij plantte. We geneerden ons dood. Echt heel ongemakkelijk stonden we daar en we konden ons supergoed voorstellen dat de mensen in de rij op deze manier een hekel aan 'blanken' krijgen. We zagen dat er naar andere mensen werd geschreeuwd en sommigen werden met geweld weggetrokken, vooral vrouwen. Ongelooflijk! Hierna was het importeren van de auto aan de beurt en in drie uur hadden we alles geregeld. Erg netjes vonden we zelf! Leve het stappenplan.
Op Egyptische bodem aangekomen, slaagden we een vreugdekreet: eindelijk weer samen! Het begon al donker te worden, maar omdat de weg goed was en we nog geen gekke dingen op de weg waren tegengekomen (behalve een paar spookrijders, maar daar kijken we niet meer van op), reden we door naar Matruh. Daar parkeerden we onze auto en slenterden we door het avondleven. Overal riep iedereen "Welcome" naar ons en we zagen veel kraampjes met broden, gefrituurde hapjes etc. Nadat we een pizza op hadden, gingen we internetten. Natasja kreeg opeens behoorlijke buikkrampen en we gingen snel weg. Onderweg naar de auto kon ze het niet meer houden en we zochten een geschikte plek om te poepen. :-) Zucht! Krampjes waren over!
We reden verder in de richting van Alexandria om een slaapplaats te zoeken. Eindelijk weer fijn wildkamperen. We reden de grote weg af en kwamen al snel op een onverhard weggetje. We zagen bijna niks en besloten naast een soort van verlaten gebouwtje de auto te parkeren. Dan stonden we lekker verborgen, dachten we. Natasja vond het best wel eng. 's Ochtends bleek locals
dat we tussen allemaal huisjes stonden! Er werd rond 7 uur op de ruiten geklopt. We waren ontdekt. Een Egyptenaar met tulband en alleen de Arabische taal meester, stond voor ons. Hij wilde graag een gesprek voeren en eten voor ons regelen. Wij wilden alleen maar slapen! Dit snapte hij echt niet, want de zon was tenslotte al op. Hahaha. Na nog wat te hebben geslapen, werden we gewekt door een paar jonge jongens. Toen zijn we maar opgestaan, hebben ze pepermuntjes en pennen gegeven en zijn er vandoor gegaan. Weer een leuke belevenis rijker.
We reden naar Alexandria en onderweg wilden we even naar een archeologische site gaan kijken, waar anderen een waypoint van hadden opgenomen. We verdwaalden hopeloos en uiteindelijk toen we het wel vonden, bleek het een kerk en zeer christelijke bedoeling te zijn. Het grappige is dat de mensen niet leken te begrijpen wat wij hier deden; ze staarden ons aan en wilden zelfs met ons op de foto. We reden verder en verlekkerden onszelf aan gedachten over frikandellen-speciaal en spaghettie a la Marcel. We hadden gehoord dat er in Cairo een McDonalds is. De gedachte aleen al deed ons kwijlen... En toen gebeurde het...zomaar......vanuit het niets doemde daar een grote gele M op! Jippie!! We renden ongeveer naar binnen en propten ons vol met hamburgers en friet. We hebben al in geen tijden meer beef op, overal alleen kip of schaap. Het was heerlijk!
We vervolgden onze weg naar Alexandria, waar we al snel een winkelcentrum met een grote supermarkt vonden. We vulden onze voorraden weer aan. Vooral spaghettie, sausen en noedels! Na nog wat te hebben rondgelopen, wilden we de stad uit rijden om een slaapplekkie te zoeken. Het verkeer was een ramp; van alle kanten werden we ingehaald. Reg moest overal kijken; achter, voor, links, rechts, voetgangers, ezels, schapen en geiten... Voor we het wisten waren we weer bij de Mc. Aangezien blond en vrouw-zijn in Egypte vele voordelen lijkt te hebben, ging Natasja aan de manager vragen of we hier misschien op de parkeerplaats de nacht door mochten brengen. En het mocht. het restaurant is 24/7 open dus er was mooi een wc en voedsel in de buurt.
Op dit moment zitten we zelfs gratis te internetten met onze laptop bij McDonalds. We hebben al gratis chocolademelk en koffie gekregen!
Tot nu toe is Egypte al erg goed bevallen. Op naar Cairo!


Grote drukte en oneindige rust…

Het is weer even geleden dat we een verslag hebben getikt en we hebben dan ook weer veel te vertellen. Inmiddels is de Kerst voorbij en we hopen dat iedereen leuke dagen heeft gehad. Onze Kerst was er eentje met erg veel zand, zand en nog eens zand; een Kerst in de woestijn dus!

Waar ons verhaal vorige keer eindigde, op de parkeerplaats van de McDonalds in Alexandria, zijn we dezelfde dag nog doorgereden naar Cairo. Daar kwamen we tegen de avond aan, waar we na een lange zoektocht uiteindelijk de camping vonden. Volgens onze GPS kwamen we steeds dichterbij; nog 250m…..nog 150m……..nog 52m. Poeh, we zouden het nu toch moeten kunnen zien liggen, maar niks hoor. We waren onder een klein bruggetje doorgereden waar geen enkele auto meer reed, terwijl we vlak daarvoor nog midden in de verkeerschaos van Cairo zaten. Hmmm, dit kon niet goed zijn. We besloten dan maar even te voet de omgeving te gaan verkennen, gewapend met de GPS. Brug opgeklauterd, stukje gelopen… Ja we leken echt dichetrbij te komen, maar toch vonden we de camping niet. Dus gingen we maar terug naar Kroesie die daar nogal eenzaam stond, dachten we. Terwijl we dichterbij kwamen, zagen we dat er zo’n 5 mannen om de auto heen stonden. Ai! Toeristenpolitie! We legden uit wat we daar deden en vroegen naar de camping. Met veel handgebaren werd ons enigszins duidelijk welke kant we op moesten en we reden weer weg.
Een uur later, na een x-aantal keer vragen, kwamen we aan op de camping. We zagen mensen rond een kampvuurtje zitten en onze stemming werd meteen weer wat beter. We maakten kennis met 2 Britten, Chris en Janet van rond de 60. De rest van de week was het elke avond gezellig bij het kampvuur met biertjes, marshmallows en veel lol. De groep werd steeds groter; Belgen, Martin en Adrien, die ons al handige info hebben gegeven over de ferry naar Soedan, 3 Zuid Afrikanen (een vader in een rolstoel met zijn 2 zonen) en een Duits stel. We moesten helaas langer in Cairo ivm de visums. Die van Ethiopië konden we 1 dag later ophalen, maar die voor Soedan, dat zou minimaal 7 dagen duren, werd ons gezegd.
’s Avonds bij het kampvuur hoorden we dat je toch sneller in het bezit kan komen van een Soedanees visum. Je moet ze alleen een beetje aansporen. Dus gingen wij de volgende dag op onderzoek uit. Met een leugentje om bestwil, een paar jolige opmerkingen en wat standvastigheid, kregen we het dezelfde dag nog mee. Fjieuw! Gelukkig konden we nu Cairo snel verlaten. Het onmogelijke verkeer, de hassling en de dikke laag smog hadden we gezien en we wilden graag verder reizen. Natuurlijk maakten we nog wel een uitstapje naar de pyramides en het Egyptisch museum. De Pyramides waren indrukwekkend. Reg heeft er eentje vanbinnen gezien, toch een hele belevenis. Natasja was vooral onder de indruk van de gemummificeerde lichamen in het museum; je kon echt nog haren en nagels zien. Redelijk luguber, maar wel mooi. Cairo gezien, op naar de oases!

We reden Cairo uit met de pyramides nog lang in zicht. Baharya zou de eerste oase zijn die we aandeden. We waren vrij laat vertrokken en moesten dus ook ’s avonds in het donker rijden. De zon gaat hier onder rond 17.00u en daarna is het ook snel donker. We reden lekker met een muziekje op de achtergrond en verbaasden ons over alle lichtsignalen die de Egyptenaren gaven, tot we opeens Kedeng Kedeng hoorden. En dat was niet Guus Meeuwis! Kroesie maakte een geluid alsof we in een trein zaten.pannen
Wij dachten aan een lekke band, maar na controle bleek dit het niet te zijn. We besloten maar een bushcamp op te slaan in de woestijn, zodat we het de volgende dag bij daglicht beter zouden kunnen checken. ’s Morgens hebben we het linker achterwiel eraf gehaald en we zagen olie druppelen vanuit de trommelrem. Hier hielp zelfs onze cursus niet bij, want dit konden we niet zelf fiksen. Op de GPS zagen we dat we nog zo’n 30 km van Bawiti, het dorpje in de Baharya-oase, verwijderd waren en we besloten om die kilometers toch te maken, langzaam rijdend. Het trein-gevoel was er nog steeds, maar toen we het dorpje naderde was het opeens compleet verdwenen! Wel was de geur van verbrand rubber nog aanwezig. Gelukkig wisten we van Hanno en Ann (zie link op onze site) dat er een goede Toyota-garage was in Bawiti. De schade werd opgenomen en er bleek flink wat kapot te zijn. Talat was de man die het allemaal voor ons zou regelen. Hij nam ons mee naar zijn campsite en dat werd voor een week onze thuishaven. Het was een erg mooie camping, midden in de woestijn, met een hot spring ernaast. Omdat Kroesie in de garage stond, sliepen we in een hutje. Het eten was er ook erg lekker. Toch kregen we na een paar dagen de kriebels, omdat we onze vrijheid kwijt waren. We wisten steeds niet hoelang het nog zou duren voordat de auto klaar zou zijn en we hadden ook nog de pech dat de Islamitische feestdagen ertussen vielen. Talat was erg vriendelijk, maar deed soms te veel zijn best om ons te vermaken. We hebben deze dagen vooral slapend, lezend, etend en aan het kampvuur doorgebracht. En toen was de grote dag daar; we konden weer op pad! Talat boodt ons aan om achter zijn gids aan te rijden, zodat we mooie stukken van de woestijn konden zien. Het werd een geweldige ervaring. 5 dagen lang crosten we met 2 auto’s door de woestijn. In de tweede auto zaten Jahja (gids), Said (knecht) en Gianni (Italiaanse toerist). Het was een leuk groepje om de kerstdagen mee door te brengen. Op Kerstavond bliezen we onze kerstboom op en maakte Jahja lampionnen. Jahja en Said toverden de hele trip de lekkerste maaltijden op tafel. (Behalve op kerstavond, toen kwamen ze met erwten en macaronie, en Reg lust geen erwten…) We hebben superveel foto’s gemaakt, want het landschap veranderde elk halfuur. We zagen kleine groene oases, reden door ruige gebieden met veel scherpe stenen en door oneindig grote vlaktes met niets dan zand. We reden van de zwarte woestijn naar de witte en door de Western desert. Zodra de zon onderging sloegen we ons kamp op. Gianni, Reg en Natas konden dan relaxen, rondwandelen, foto’s maken of gewoon even een boekje lezen en Jahja en Said gingen aan de slag om eten en een kampvuur te maken. groepje EgypteBij het kampvuur zongen we om de beurt in ieder ons eigen taal. De bedoeïenthee maakte het plaatje compleet. Op een van de dagen moesten we 200 km door het mulle zand. Jahja zei dat we vroeg moesten vertrekken. Hij wist zeker dat we regelmatig vast zouden komen te zitten. Hij had onze auto geprobeerd en ondervonden dat onze Kroesie met zijn 4 cilindertjes heel wat anders is dan zijn 6 cilinder met Turbo. De emancipatie heeft hier nog niet zo zijn intrede gedaan, want Jahja ging er vanuit dat Reg zou rijden, maar the desert, dat is meer Natasja’s playground! Nadat Reg 1 dag door de woestijn had gereden, de drukke steden dat is zijn terrein, nam Natasja het stuur over. Uiteindelijk kwamen we maar 1 keer vast te zitten. Bij elke pauze staken zowel Jahja als Said hun duim weer in de lucht als teken dat ze het bijzonder goed vonden gaan. We kwamen af en toe voor behoorlijke afgronden te staan waar we de auto dan met genoeg snelheid en de juiste techniek naar beneden moesten begeleiden. Ook waren er woeste gebieden waar heel wat stuurwerk bij kwam kijken. Manoeuvreren, coördineren en goed opletten waren het antwoord. Deze hindernissen waren welkome uitdagingen.

We hebben ook voor het eerst ‘wildlife’ gespot: op een avond kwam een woestijnvosje ons kamp bezoeken en tijdens een van de ritten wees Jahja ons op een witte slang. Deze trip hadden we echt niet willen missen. In Dahkla oase hebben we afscheid van elkaar genomen en gingen we weer onze eigen weg. We zijn ons hier te buiten gegaan aan een heerlijk diner en hebben bij deze dan de challenge volbracht die voor kerstavond stond. Petra en Tonny bedankt!
Vanuit Dakla zijn we doorgereden naar Al Kharga en vanuit daar naar Luxor, waar we nu zitten. Wel fijn om weer even in de geciviliseerde wereld te zijn; de was te doen, KFC te begroeten etc etc. Gister zijn we dan ook lekker uit wezen eten en hebben we de tempel van Luxor bezocht. Daarna genoten van de ondergaande zon bij de Nijl. Hoe romantisch!
Vandaag (30 dec.) horen we, terwijl we rustig op de camping bezig zijn met reorganiseren, wassen etc, een luid getoeter. Chris en Janet rijden de camping op! Ze springen uit hun auto om ons vrolijk te begroeten. Leuk! Lekker bijkletsen en lachen. Morgen hebben we samen met hun een ‘oudejaarsdiner’.

We wensen iedereen een knallend en spetterend uiteinde en heel veel geluk voor 2008!!!


Luxor

De laatste dag van het jaar hebben we sportief afgesloten. We besloten namelijk om naar de Valley of the Kings te gaan en zoveel mogelijk lopend af te leggen. De Valley ligt zo’n kilometer of 6 landinwaarts van de Nijl. Allereerst staken we met een pont de Nijl over, onze camping lag op de East Bank en we moesten naar de West Bank, om aan de tocht te beginnen. Menig taxi die ons passeerde stopte om ons zijn gunstige tarieven mede te delen, maar bij ons hadden ze geen succes; wij doen het wel ff lopend….
Na zo’n kilometer of 5 kwamen we op een splitsing: Valley of the Queens / Valley of the Kings. Valley of the Queens was iets dichterbij, dus die konden we ook wel ff meepikken. Eerst Queens dus. Toen we deze naderde, was het toch al vrij laat: 14.30 en om 17.15 wordt het al donker. Gelukkig hebben we een Lonely Planet en daarop was toch iets te zien als een route binnendoor naar de Kings Valley (maar wat betekenen die lijntjes nou? Is dat nou een weg of????). Ach, het zal wel goed komen en we wandelden met goede moed verder. Bij de binnendoor weg aangekomen zagen we wat voor weg het was: Een trap over de berg! Oef! Da’s toch wel ff een overlegje waard. “Doen we gewoon” zei Reg en Natas twijfelde terecht. “Da’s toch een uitdaging en valt best mee”, dus daar gingen we. Wat had Reg na 1,5 uur spijt van deze beslissing… Er kwam geen einde aan. Aan de conditie van de trap te zien was het ook lang geleden dat iemand deze tocht ooit nog had gemaakt. Op ¾ van de berg stond er 1000 op een trede geschreven. Was dat tree nummer 1000? We wilden het niet weten. Gelukkig de top bereikt en we hoopten op een fijne tocht naar beneden in de Kings Valley. Helaas, een smal pad en diepe afgronden was deel 2 van deze trip. Na de berg weer af te dalen (soms bijna kruipend) stonden we midden in de Kings Valley! En wat een geluk hadden we: Niemand te zien en geen entree betaald! Ff uitrusten op een muurtje en dan een tombe bekijken. Er wordt geroepen, naar ons? Ja, een tombe-wachter riep dat we nog snel konden komen kijken als we opschieten. valleiHuh? 17.05 was het…. En sluitingstijd om 17.00 uur. Rennen dus! Helaas weer -tig trappen op om bij de tombe te komen. Snel je kaartjes en naar binnen zei de beste man in zijn beste Arabisch/Engels. Tja, en die hadden we dus niet. Na wikken en wegen besloot de man ons toch binnen te laten (hij dacht al aan zijn tip die er dan natuurlijk voor hem in zou zitten). Wij rennen door de tombe om een snelle foto te laten maken door de wachter (het is overigens verboden om in een tombe te fotograferen?!?!). De raten en muizen sprongen voor onze voeten weg. Maar toch was de missie geslaagd: we hadden een tombe gezien! Op naar de uitgang waar we een taxi zouden gaan bemachtigen. Geen taxi meer te zien, alleen een pick-up truck die juist ging vertrekken. Natas zwaaien en roepen naar de auto en zo een lift bemachtigd naar de rand van het centrum. Daar in een busje gesprongen die als bestemming de pont had. Het laatste stukje naar de camping hebben we een ….. genomen. Pffff…. Wat een dag.
’s Avonds was er “groot” feest op de camping. We zouden knallend 2008 in gaan. Een buikdanseres, slangenbezweerder en dansers zouden de avond opleuken. Helaas was het toch iets tegenvallend. Maar ach, iedereen was met zijn gedachte toch meer echt thuis op zo’n avond. Toch weer een geweldige dag geweest die thuis weer goed is voor menig sterk verhaal.

Convoy for your safety?!?

Luxor hadden we nu wel gezien, we zouden de Rode Zee nog wel willen bezoeken voordat we naar Sudan vertrekken. Eerst wat inkopen doen bij de supermarkt (de grootste supermarkt hier is net zo groot als de kruidenier op de hoek vroeger in Nederland). Bijna uit Luxor en wederom een controle post. Het enige wat ze aan engels konden was “Convoy, convoy”. Gelukkig verscheen er iemand die ons wel duidelijk kon maken dat doorgang zonder in een convoy te rijden echt niet mogelijk was. Helaas terug naar de stad en wachten tot het convoy zou gaan vertrekken. Omdat we nog tijd genoeg hadden gingen we maar ons potje eten koken: Krokante kipstukjes en noodles. Altijd lekker! Chris en Janet kwamen lachend naar ons toe gelopen terwijl we aan het smikkelen waren. “Zijn jullie de stad nog niet uit?”. Om 14.00 vertrok het convoy. Mijn god, wat een rit! De een rijdt nog harder dan de ander en aan alle kanten halen ze je in. Wat voor zin heeft inhalen in godsnaam? Je rijdt in een CONVOY! Na zo’n 50 kilometer bereikte we de afslag die wij moesten hebben. Mooi weg uit het convoy… Helaas was dit te simpel gedacht van ons: We moesten het convoy volgen tot aan het einde en dat zou beteken zo’n dikke 100 kilometer omrijden. No way dus! Na een half uur te bakkeleien (ondertussen zo’n half leger militairen rondom de auto) besloten we dan maar terug te gaan naar Luxor. Eerst probeerde we nog een andere afslag te nemen, maar dat werd niet gewaardeerd: Al snel verscheen er een politie auto die ons nu toch echt ZEER dringend verzocht om aan hun wensen te voldoen.  Voordat we op de camping aankwamen de vuile was naar de wasserij gebracht (we zouden nu toch nog paar dagen in Luxor blijven). Op de camping waren ze nauwelijks verbaasd dat ze ons weer aan zagen komen, ze kennen ons dus al. Ons avontuur van die dag afgesloten met een heerlijke maaltijd in een goed restaurant.

Aswan

Het hoort erbij: stempels en papieren verzamelen om het land te verlaten om het volgende land te gaan bezoeken. Deze keer is Sudan hetgene waar we flink wat werk voor moeten gaan verrichten. Sudan is helaas zeer negatief in het nieuws de laatste tijd. Toch zijn de reacties van bezoekers van dat land erg positief: aardige mensen en veel mooie gebieden die nog niet zoveel zijn bezocht door toeristen. Om in Sudan te komen heb je een visum nodig (dat hebben we eerder al op onze site beschreven) en een boottocht. De grenzen over land zijn al lange tijd gesloten door geschillen tussen de 2 landen. De boottocht tussen Aswan en Wadi Halfa kost belachelijk veel geld maar is de enige mogelijkheid om via Egypte in Sudan te komen. Hier eenkorte omschrijving over de gang van zaken:
Om 9.00 uur een afspraak met de verantwoordelijke van de rederij. Deze is door ons en anderen al verschillende keren gebeld de laatste weken met als boodschap: We zijn met 4 auto’s! Om 9.30 verschijnt de beste man. “kunnen jullie over 1 uur terugkomen, er zijn problemen omdat het 4 auto’s zijn”. Hier was hij al weken van op de hoogte, maar goed. In de tussentijd met z’n allen een internet café opgezocht om mail te checken. Na 1,5 uur komen we terug (we passen ons aan op de “Egyptische uren”). Niemand te bekeken. We wachten een half uur (Janet zet koffie en thee), belt degene ons op: ga eerst maar je andere papieren in orde maken en kom dan maar terug, dan ben ik er ook weer. Op naar stap 1: bewijs ophalen dat we geen ongelukken gemaakt hebben.