Botswana
We verlaten het leuke Zambia en gaan door naar het volgende land: Botswana. De grensovergang ging vlot, op een klein opstootje (met een militair die zijn job iets te serieus neemt) na dan. Hoe gaat een eenvoudige grensovergang in zijn werk? We zullen het even kort proberen uit te leggen:
Je ziet een lange file vrachtauto’s. Die rij je voorbij. Als je veel mensen ziet met veel bagage en mensen die meteen naar je toe komen lopen, ben je op de juiste locatie. Degene die naar je toe komen lopen willen geld wisselen of je helpen de juiste gebouwen te vinden om je stempels te halen.
Bij het geld wisselen is het altijd hetzelfde verhaal: Volgens de wisselaars MOET je hier geld wisselen want je hebt de andere valuta nodig om bijvoorbeeld verzekering te betalen bij de grens in het andere land. En dit is natuurlijk de laatste mogelijkheid om geld te wisselen… Na het afwimpelen van deze personen ga je op zoek naar de juiste plek voor je stempels. Door de enorme wanorde kun je onmogelijk de juiste plek vinden. Dan toch maar luisteren naar iemand die je de weg wil wijzen. Deze loopt dan keurig met je mee en zet je vervolgens bij de juiste loketten af voor je paspoort en carnet. Je geeft deze persoon wat geld en je gaat terug naar de auto. Je rijdt door een poort dit land uit. Nu kom je in een stuk niemandsland, waar overigens vaak gewoon huizen staan. Je rijdt dan een stukje of gaat met de pont het water over (vaak duur, maar je hebt geen keuze). Aangekomen bij de grens om het nieuwe land weer in te komen heb je het zelfde liedje weer: Geldwisselaars komen aanlopen, wegwijzers willen je helpen. Etc etc.
Nu zijn de landen in het zuiden een stuk makkelijker dan de noordelijke landen. In het noorden willen ze de hele auto uitladen (op zoek naar alcohol) en kijken ze het chassis nummer van de auto na. Het zuiden kijkt niet eens of je wel een auto bij hebt en zetten gewoon wat stempels en weg ben je.
Telkens als we weer een grens hebben gepasseerd kijken we elkaar trots aan en zeggen: “Wauw, we zijn gewoon naar ….. gereden vanuit Nederland!” Genoeg hierover, nu naar het verhaal van Botswana.
Chobe National Park
Van de grens rijden we naar Chobe National Park. Voordat we het park inrijden eerst onze voorraden weer aangevuld. Pasta’s, chocolade (sinds we in Afrika zijn, zijn we grote afnemers van Mars producten) en vruchtensappen. Na flink wat kilometers in het park, hebben we nog geen kip gezien. De natuur is erg mooi, toch een paar beesten zou het toch nog leuker maken. We besluiten voor de verandering maar weer eens van de hoofdroute af te gaan en meer de lake-site te gaan volgen. Onze keuze wordt beloond: Grote kuddes olifanten die in het water zitten te spetteren, buffels, warthogs, antilopes, bavianen en visarenden spotten we. Helaas de door ons gezochte luipaard zien we in dit park niet. Ook niet als we ’s morgens vroeg (5.00) het park doorkruisen. Wel zien we nog een jackhals en bijna uitgestorven wilde honden. We besluiten weer verder te gaan en dit park te verlaten. Op naar Maun. Helaas kiezen we een weg die in de regentijd helemaal kapot is gereden. De weg bestaat uit diepe harde groeven en hoog gras. Uiteindelijk stuiten we op een rivier waar we echt niet doorheen kunnen, shit… Na een paar uur vruchteloos zoekend naar een doorgang, besluiten we een andere richting op te gaan; Moremi Reserve. De route is super mooi. Alles is mooi groen en we spotten veel dieren oa. nijlpaarden, olifanten, herten zebra’s etc. De weg wordt helaas slechter en we moeten regelmatig door het water rijden. Bij een slecht stuk weg denkt Reg dat er omheen rijden verstandiger is. Helaas verkeerde keuze. Kroesie zakt tot de assen weg in de blubber. #&$*#% wat nu? Reg uit de auto en zakt op sommige stukken tot zijn knieën in de modder. Na een tijd met de highlift jack en zandplaten te hebben geworsteld horen we een auto. Een Duits gezin stopt en probeert ons met een touw er uit te trekken. Helaas is de modder zo dik, dat Kroesie blijft staan waar hij staat. De Duitsers besluiten verder te rijden naar het park en vanuit daar hulp te sturen. Ondertussen nemen wij nog een laatste poging om Kroesie los te krijgen. Het wordt namelijk al donker en hier en daar hoor je ongedierte het water in glijden. We gaan met de lier aan de slag. Vlakbij staat een boompje waar we misschien naartoe kunnen rijden met behulp van de lier. Hier is het iets droger. Dit lukt! We kunnen in ieder geval weer onder de auto doorkijken. Nu het volgende: Kroes in zijn achteruit door de blubber zien te krijgen weer de weg op. Reg plaatst de zandplaten en Tas achter het stuur. Met alles wat Kroes en Tas in zich hebben komt Kroes weer op het droge! YES, toch weer gelukt. Gelukkig net voor het donker gered. Weer de weg vervolgend komen we nog een paar obstakels tegen en we snappen waarom wordt geadviseerd om zulk soort routes niet alleen te doen: weer rijden we ons vast in de modder. Weer tot de assen weggezonken en weer aan de slag om er uit te raken. Helaas nu geen boom in de buurt, dus met de highlift proberen we de zandplaten onder Kroesie te krijgen. Nu weet ik niet of er iemand van jullie bekend is met een highlift, maar dit is werkelijk een on-ding! Hij is oersterk, maar levensgevaarlijk.
Je kan met veel moeite de auto omhoog krikken, maar de hendel waar je het mee doet kan terug zwiepen. Als de hendel dan tegen je hoofd komt wordt je hoofd van je romp weg geschoten. Na een plaat onder de wiel te hebben gekregen horen we een auto.
Dit keer zijn het locals die het gedeelte van de flora en fauna dat voor het park ligt in de gaten houden. Ze zijn gewaarschuwd dat er 2 mensen met auto vastzitten, maar op de plek waar dat zou zijn hebben ze niemand gevonden. Wij leggen uit dat wij dat zijn geweest, maar dat we nu hier weer vastzitten. Reg vraagt of hier ook beesten zitten en de mannen bevestigen dit: hier zitten dezelfde beesten als in het park. Ook leeuwen. Ze hebben zojuist nog leeuwen gezien, ongeveer op de plek waar we de eerste keer vastzaten… Ze proberen Kroesie uit de modder te trekken maar ook hun auto is niet sterk genoeg. Er moet dus gegraven worden. Na een dik uur werken met z’n vieren krijgen we Kroesie weer op het droge. We praten nog even met de mannen en geven ze wat mee zodat ze een biertje kunnen gaan drinken voor de geboden hulp. We rijden achter ze aan en bereiken uiteindelijk de inmiddels gesloten toegang tot het park. We slaan voor de poort onze kamp op en na een vluchtige schrob beurt vallen we moeiteloos in slaap na deze drukke dag.
Maun
We besluiten snel door het Moremi park heen te rijden, we hebben geen zin in de slechte wegen en willen zo snel mogelijk naar Maun. Het Duitse gezinnetje dat voor hulp had gezorgd, komen we toevallig weer tegen en samen besluiten we naar Maun te rijden. In Maun aangekomen gaan we naar het Sedia hotel. Daar hebben ze een mooie tuin en goede faciliteiten. Prima plek om een paar dagen te bivakkeren. Hier kan Reg de auto een beetje nakijken en samen met de Duitsers gaan we een vlucht boven de Delta maken. Maun heeft zo’n beetje alles wat je nodig hebt: goede supermarkten, garages, prima eetgelegenheden (Hilary’s!!!)
Onze plannen wijzigen weer eens. We gaan naar Gweta en verblijven bij Planet Boabab. Vanuit daar gaan we naar de Ntwetwe pan. Dit is een grote zoutvlakte. De weg erheen is weer eens slecht. Dit zou ook kunnen omdat we weer eens een b-weg hebben genomen (nu is “weg” eigenlijk een groot woord). Wat een gestuiter en getril… pffff…. Wel zien we een paar schitterend grote, oude Boabab bomen. Ook de vlakte zelf is erg mooi. Om je heen zie je alleen maar witte vlakte, erg indrukwekend. Terug bij Planet Boabab genieten we van een lekkere avondmaaltijd en bakken we zelf nog een brood. Heerlijk!
Via Maun gaan we richting de grens van Namibië. Weer op weg naar het volgende land! Natas heeft erg veel zin in Namibië, hier is ze al ooit geweest en heeft er een leuke tijd gehad. We vrezen alleen dat we te weinig tijd hebben om alles te doen wat we willen doen. Kroesie in Zuid-Afrika stallen en nog eens terug te gaan voor een vakantie lijkt ons daarom geen slechte optie….